top header
open dag 2007

open dag 2007

open dag 2007



boekbesprekingen


Linda Myoko Lehrhaupt, Stilte in beweging. Taiji en qigong als innerlijke weg
Asoka 2008, Oorspronkelijke titel: T'ai Chi as a path of wisdom, Shambala 2001

Eindelijk eens een boek over taiji en qigong waarin niet de vorm centraal staat, maar de innerlijke weg. Het lijkt wel pushinghands met een bedreven leraar: iemand die je zacht meeneemt en uitdaagt en zo de diepere lagen van taiji laat ontdekken. Lehrhaupt traint heel wat af en komt naar voren als een verdienstelijk leraar. Haar zoektocht naar de kracht en reikwijdte van qi wordt ook geleid door haar minstens intensieve training in zenmeditatie en het inmiddels populaire mindfullness. Alle valkuilen en hobbels op de weg van de taiji-er, worstelen met het onder de knie krijgen van de vorm, competentiedrang, twijfel aan jezelf en de leraar, stagnatie in je ontwikkeling, noem maar op, neemt Lehrhaupt op een vriendelijke en concrete manier onder de loep. 'Als je een nieuwe vorm leert is het grootste probleem niet het onthouden van de bewegingen. Twintig minuten voor jezelf vinden, dat is het grootste probleem', constateert ze. Mar dar laat ze het niet bij. Ze geeft ook vingerwijzingen over hoe je dar mee om kunt gaan. Ontdekken dat niet willen winnen de belangrijkste les is van pushinghands, beschrijft Lehrhaupt met smakelijke voorbeelden over haar eigen vallen en opstaan daarin. Kortom: een aangenaam boek voor zowel de beginner als gevorderde dat prettig leest en wat je zo nu en dan opnieuw ter hand kunt nemen. De verschillende taijihoudingen vormen de leidraad voor de thema's van de hoofdstukken en ieder hoofdstuk bevat een aantal oefeningen die te maken hebben met het ontwikkelen van lichaamsbewustzijn en qi. Kortom: praktische en met diepgang tegelijkertijd. Een boek naar mijn hart.

William C.C. Chen, Praktische T'ai Chi
Ankh-Hermes 1997, Vertaling van Body mechanics of Tai Chi Chuan, New York 1973

William C.C. Chen's zestig bewegingen zijn ontleend aan de 37 houdingen van Cheng Man-ching yangstijl taichi chuan. Chen (1935) is een bekende en gewaardeerde taijileraar. Als klein jongetje kwam hij in de leer bij Cheng Man-ching, een goede vriend van zijn vader. Chen heeft de yangstijl dus uit eerste hand geleerd. In de jaren zestig kwam hij naar Amerika en begon ook daar met lesgeven. Het grootste deel van zijn boek 'Praktische T'ai Chi beslaat een beschrijving van de zestig bewegingen vorm volgens een vertrouwd principe: tekst waarin de bewegingen beschreven worden en bijbehorende foto's van de houdingen. Over de principes van taiji is meester Chen vrij summier. In het nog geen pagina beslaande hoofdstukje 'een innerlijke gevechtskunst' lezen we: 'Alle bewegingen van t'ai chi ch'uan worden geactiveerd door drukveranderingen in de onderbuik. Als de druk groter wordt, bewegen de armen naar buiten en omhoog. Als de druk kleiner wordt, gaan de armen naar beneden en omlaag. (....) Druk vanuit de buik is de bron van alle kracht; dit geldt in het bijzonder voor het middelpunt van de buik, ook wel Tan Tien genaamd.' In het hoofdstukje 'Korte karakterschets' beschrijft hij de taijibewegingen als 'golven van de oceaan. Zij vloeien in elkaar over waardoor er een continue stroom van energie ontstaat, schijnbaar zonder begin of einde.' En daar moeten we het wat principes betreft dan mee doen. De beschrijving van zijn eigen training ligt een tipje van de sluier op hoe deze principes te ontwikkelen. Chen benadrukt het belang van het telkens vertraagd herhalen van dezelfde bewegingen. Het is belangrijk daarbij telkens maar een paar bewegingen als uitgangspunt te nemen, je kunt je dan beter concentreren en de bewegingen perfectioneren. Hij schrijft: 'Na het dagelijks oefenen van t'ai chi ch'uan vormen brak ik de vorm in stukken van vier of vijf bewegingen om deze te beoefenen als gevechtstechniek. Ik besteedde een extra uur aan deze technieken en herhaalde elk stukje tweehonderd tot vijfhonderd keer in slow motion en met ontspanning. Hierdoor kon ik mij richten op de inwendige energiestroom, gecoördineerd met de uitwendige bewegingen. Na het vijfduizend maal of meer herhalen van deze technieken, bereikte ik door conditionering ervan voldoende niveau om ze in slow motion maar ook in volle snelheid goed uit te voeren. Daarna begon ik dan met de volgende groep van bewegingen en zo verder.' Het kostte hem op deze manier een jaar om de korte 37 houdingen vorm van Chen Man-ching door te werken.

Mantak Chia & Juan Li, De innerlijke structuur van Tai Chi. De taoïstische kunst van Tai Chi Chi Kung J. Gottmer, 1998, Oorspronkelijke titel, The inner structure of Tai Chi, Healing Tao Books 1996

Dit is een boek waarin nu eens niet de vorm centraal staat, maar de principes. het hart vormen. Mantak Chia heeft zijn eigen systeem ontworpen: Healing Tao. Het omvat zowel chi kung oefeningen als tai chi, energetische massage en meditatie. In dit boek wordt een korte Tai Chi Chi Kung vorm (dertien houdingen) beschreven. In deze korte vorm kunnen alle principes van de tai chi beoefend worden: yinyang, wortelen en aarden, qi ontwikkelen en verplaatsen, pezen in plaats van spieren activeren, bewegen vanuit het centrum of tantien, sterke botten ontwikkelen, structuur en tenslotte tai chi als krijgskunst: staal omwikkeld met katoen. Ook legt Chia graag uit hoe recente medische ontdekkingen zich verhouden tot tai chi en chi kung. Alle hoofdstukken zijn ruim voorzien van oefeningen. Ook al is het boek rijk voorzien van informatie, toch kom ik er niet goed doorheen. Waarom? Misschien is het voor mij al teveel gesneden koek? Of blijft het toch teveel aan de oppervlakte? Niettemin een waardevol boek voor de beginner om een idee te krijgen van de principes met een redelijk toegankelijke uitleg.

Roel Jansen, De essentie van Tai Chi. Basisoefeningen voor een bewuster leven.
Elmar 1999.

Ook in dit boek ruim aandacht voor de principes van tai chi en wel in zeven basisoefeningen. Roel Jansen studeerde tai chi bij meneer Tan en bij grootmeester Fei Yuliang. Hij heeft inmiddels een eigen taiji school, de School van de Kraanvogel (www.kraanvogel.nl). Jansen maakt in de inleiding van zijn boek korte metten met de zogenaamde taoïstische oorsprong van taiji. De taoïstisch aandoende benamingen van verschillende houdingen zouden in de 19de en begin twintigste eeuw ontstaan zijn om te benadrukken dat het om een echt Chinese vechtkunst ging en zich daarmee afzetten tegen alles wat Westers was. De Yang familie, de meeste bekend geworden taiji stijl, zou om die reden alle bewegingen met boeddhistische termen en namen uit de tai chi verwijderd hebben. Ook zou de beroemde grootmeester Sun Lutang eind 19e eeuw als eerste de vechtinhoud van verschillende begrippen als 'vijf fasen' (een oefenmethode om aanvallen in alle richtingen te ontwijken) en 'acht trigrammen' (een technische term om aan te duiden dat men een ingezette techniek niet moet willen forceren, maar dat je op elk moment moet kunnen veranderen van tactiek) verbinden met de eeuwenoude filosofische inhoud daarvan. Hij maakte van tai chi filosofie in beweging en het daarmee een sport die zonder gezichtsverlies door intellectuelen beoefent kon worden. Taiji is echter volgens Jansen slechts in die zin taoïstisch dat het een krijgskunst is die ons kan helpen de 'Meester in jezelf' te vinden. Hij ontwierp daarvoor zeven essentiële oefeningen die hij uitgebreid beschrijft. Tussen de oefeningen door staan korte verhaaltjes over verschillende onderwerpen: de herkomst van een bepaalde naam (de zevensterren afweer verwijst bijvoorbeeld naar de Grote beer en de zeven sterren zijn de zeven gewrichten). Daarnaast zijn er aparte ademhalingsoefeningen, oefeningen om de qi stroom in de acht extra meridianen te openen en voelen in de taiji. Zijn belevenissen met en levenslessen van meneer tan en grootmeester Fei zijn bijzonder leuk om te lezen. Los van het feit of je de beschreven zeven oefeningen wilt leren, kun je er veel van oppikken wat de principes betreft. Als je verder over de hier en daar flauwe en soms wat belerende stijl heen leest, eigenlijk een heel leuk boek.

Fei Yuliang en Roel Jansen, Qigong, Chinese gezondheidsoefeningen
Elmar 1998

Dit boek is een coproductie van Roel Jansen en zijn leermeester Fei. Er wordt een bepaalde vorm van qigong in beschreven: Wudan qigong. Wudan verwijst naar taoïstische verblijfplaats in de bergen van China. De uitgebreide inleiding met de geschiedenis van het ontstaan en de ontwikkeling van qigong is leuk en leerzaam. Het is duidelijk dat meeste Fei naast flink geoefend ook flink gestudeerd heeft in de boeken om de oorsprong van qigong te achterhalen. Aangezien veel van die Chinese teksten die hij aanhaalt niet in het Engels of een andere voor ons makkelijk toegankelijke taal zijn vertaald, is dat ook waardevol. Voor westerlingen zonder kennis van het (klassiek) Chinees is een groot deel van de klassieke Chinese teksten over taiji en qigong gewoon ontoegankelijk. We moeten het dus doen met wat er via Chinese leermeesters zelf doorsijpelt. Het grootte deel van het boek wordt in beslag ge nomen door de Wudan vorm van qigong volgens het beproefde tekst en plaatje principe. Fijn is dat er ook foto's tussen staan van hoe het echt niet moet.

Waysun Liao, T'ai Chi Classics

In 'T'ai Chi Classics' geeft Waysun Liao inzicht in de filosofische en historische achtergrond van taijiquan. Hij maakt daarbij gebruik van teksten van oude taijimeesters. Het blijft niet bij theorie alleen. Liao vertaalt de theorie in heldere instructies voor (zelf)training, van meditatieve oefeningen tot de taijivorm.

Wat maakt taijiquan tot 'the grand ultimate'? Het gebruik van interne training om totale controle, harmonie en bewustzijn te bereiken voor lichaam en geest. Waysun Liao geeft aan hoe je dit kunt bereiken:
  • Door chi bewustzijn te ontwikkelen en te leren sturen (beheersen).
  • Door chi om te zetten in interne kracht (jing) via 'condensing breathing'.
  • Door jing te accelereren via de geest en toe te passen of te reclyclen.
Afhankelijk van het niveau van de lezer zullen delen van de tekst meer of minder tot de verbeelding spreken. De puzzelstukjes die je in andere boeken wel krijgt aangereikt, maar in abstracties blijven steken, vallen hier op z'n plaats. Het is aan jezelf om de puzzel te maken. Het enige jammere aan het boek is dat de auteur een van de taijivormen in afbeeldingen heeft opgenomen.

Yang Jwing Ming, Tai chi theory & martial power

Tai chi theory & martial power is bijna volledig gewijd aan jin (jing, interne kracht). Jin is een van de onderwerpen dat altijd is beschouwd als een geheim van de taijiquan. Ook nu nog zijn er volgens de auteur meesters die alleen speciale, toegewijde, leerlingen in dit onderwerp inwijden. De auteur heeft met dit boek geprobeerd zijn kennis en ervaring voor het nageslacht vast te leggen.

De auteur onderscheidt verschillende soorten jin. Hoe minder spierkracht wordt gebruikt, hoe zachter de jin. Rol terug is dus een erg zachte jin, en peng een harde yin. Het gebruik van harde of zachte jin is afhankelijk van de situatie. Het is een vrij technisch boek en vraagt enige vaardigheid in de taiji om het goed te kunnen toepassen. Het verkeerd uitvoeren van jin, bijvoorbeeld met een gespannen lichaam, kan leiden tot blessures of schade. Voorzichtigheid is dus geboden.

centrum well, voor meer levenskunst en inspiratie | lessen & workshops in tai chi / taiji, qigong, pushing hands, zwaard, stok, meditatie